De brandveiligheid van houten vloeren
De brandveiligheidscriteria voor houten vloeren zijn de beperking van de temperatuursstijging (tot 140°C gemiddeld of 180°C in één punt), de vlamdichtheid van het geheel en de stabiliteit onder de gebruiksbelasting.
Uit de brandproeven blijkt dat houten vloeren in principe drie zwakke punten vertonen:
- De randaansluiting
- De messing- en groefverbinding
- De draagbalken
1. De randaansluiting.
Het zwakste punt is de randaansluiting. Daarom wordt in al de hierna
beschreven constructies de ruimte tussen de langsbalk en de muur
afgedicht met steenwol. De dwarsaansluiting wordt op diverse wijzen
afgedicht, zoals in de afzonderlijke constructies vermeld.
2. Doorbranden van messing en groef.
De messing en groefaansluitingen van de vloerplanken branden al door
bij een temperatuur van ± 400°C onder de vloer. Als men dus een vloer
brandwerend wil beschermen moet men dit moment zolang als nodig uitstellen door de vloer aan de onderzijde af te schermen met een
brandwerend plafond.
3. De draagbalken.
Het bezwijken van houten draagbalken van een onbeschermde vloer
is tijdens brand en tijdens een brandproef zelden de oorzaak van het
niet halen van de vereiste brandwerendheid. Voordat de balken zover
zijn doorgebrand dat de vloer bezwijkt, is de brandwerendheid van de
constructie al teniet gedaan door de andere criteria.
Meer info over brandveiligheid van houten vloeren vindt u in ons handboek.